Gezag na scheiding – door Sanne Meulendijks

Minderjarigen staan onder gezag van hun ouders of een voogd. Onder ouderlijk gezag valt de plicht en het recht van ouders om hun minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Gedurende een huwelijk of geregistreerd partnerschap oefenen beide ouders het gezag gezamenlijk uit. Ouders die niet met elkaar zijn gehuwd en geen geregistreerd partnerschap zijn aangegaan oefenen gezamenlijk gezag uit over hun minderjarige kinderen, indien zij dit op verzoek van beide hebben laten aantekenen in het register.

Ook na scheiding in beginsel gezamenlijk ouderlijk gezag

Maar hoe zit het met gezag wanneer ouders uit elkaar gaan? Tot 1998 werd na een scheiding het ouderlijk gezag over een kind toegewezen aan één van de twee ouders, dit was meestal de moeder. Eenhoofdig gezag was toentertijd de hoofdregel. Sinds 1 januari 1998 is de hoofdregel verandert in gezamenlijk ouderlijk gezag, waarbij beide ouders samen belangrijke beslissingen over het kind nemen en allebei verantwoordelijk blijven voor de opvoeding en verzorging van het kind. Voor de voortzetting van het gezamenlijk ouderlijk gezag na scheiding is dus geen rechterlijke beslissing nodig, het loopt van rechtswege door. Ook nadat de ouders uit elkaar zijn heeft het kind recht op een gelijkwaardig ouderschap: gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.

Verzoek eenhoofdig gezag

Na de beëindiging van een relatie blijft het gezamenlijk ouderlijk gezag in beginsel voortduren, tenzij de rechter op verzoek van de ouders of van één van hen bepaalt dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt. Dit wordt ook wel eenhoofdig gezag genoemd.

De rechter kan alleen tot deze beslissing komen indien een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd verbetering in komt of indien eenhoofdig gezag in het belang van het kind noodzakelijk is. Volgens de Hoge Raad is het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders, in het bijzonder tijdens de scheidingsperiode, geen belemmering voor de voortzetting van gezamenlijk ouderlijk gezag. Dit is anders op het moment dat de communicatieproblemen tussen de ouders zo ernstig zijn, dat er een onaanvaardbaar risico is dat het kind verloren of klem raakt tussen de beide ouders en niet te verwachten is, dat hier binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in zal komen.

De enkele wens tot eenhoofdig gezag van een ouder is onvoldoende voor een toewijzing van het verzoek. De ouder die eenhoofdig gezag wenst moet stellen, en bij betwisting bewijzen, dat het belang van het kind beter gediend is met toedeling van het gezag aan hem of haar alleen.

Indien u vragen heeft over dit onderwerp, dan bent u van harte welkom op ons gratis spreekuur op dinsdag- of donderdagavond tussen 19:30 en 21:00 uur. Onze adviseurs staan u dan graag te woord.

Nieuws van Rechtswinkel Eindhoven

Onze subsidieverleners